2001 Het Spoor van de Mekong (Thailand, Laos, Vietnam, Cambodja)

Een reis door Thailand, Laos, Vietnam en Cambodja, november 2001

Lengte: 35:31

 

Muziek:

  • Yanni
  • Feng Shui
  • Himalaya
  • Vangelis
  • Billy Joël

Het spoor van de Mekong (Reisbeschrijving)

Het spoor van de Mekong

Grillig karstgebergte, verborgen dorpen en de geur van bloemen en kruiden: tijdens deze reis trekken we door het betoverende gebied dat eens werd aangeduid met Indochina. De Mekong-rivier vormt de natuurlijke grens tussen Laos en Thailand en mondt uit in zee via Cambodja en Vietnam. Op onze tocht zullen we de levensader van al deze landen in heel verschillende omgevingen tegenkomen. De ontspannen sfeer en spontane hartelijkheid onderweg zul je snel in je hart sluiten. Culturele hoogtepunten als de Vlakte der Kruiken en het grootste tempelcomplex van Angkor, maken de reis helemaal onvergetelijk.

Zaterdag 3 november: Vertrek uit Nederland

We vliegen met Lufthansa naar Bangkok, waar we de volgende dag aankomen en overstappen op een binnenlandse vlucht naar Chiang Rai.

Zondag 4 november: Aankomst Chiang Rai (Thailand)

Na aankomst in het Noord-Thaise stadje Chiang Rai word je door de reisleid(st)er opgehaald en naar ons hotel gebracht. Chiang Rai staat vooral bekend als uitvalsbasis voor een tochtje naar de Gouden Driehoek, dat we de volgende dag zullen maken. Op je eerste avond in Thailand kun je alvast wat rondwandelen door de verschillende wijkjes. Maak ook alvast kennis met het onovertroffen Thaise eten! In de Thaise keuken worden veel verse ingrediënten gebruikt als chilipepers, kokosmelk, citroengras en koriander. Hoewel het eten soms heel heet is, zul je er snel verslingerd aan raken.

Maandag 5 november: Chiang Rai – Chiang Khong, via de Gouden Driehoek (Birma)

Voordat we Laos binnen reizen rijden we vandaag, mits mogelijk, naar Birma, door de Gouden Driehoek en Birma. We rijden via Doi Tung naar Mae Sai, het uiterste noordpuntje van Thailand. Doi Tung is een berg waar zich 24 dorpen van bergstammen bevinden. Door de bergvolken hier werd traditioneel veel opium verbouwd. De inmiddels overleden moeder van de koning van Thailand ontfermde zich over het gebied, wat de aanzet gaf tot een aantal projecten. Onder andere leert men de stammen hier andere gewassen te verbouwen dan opium. Bij aankomst in Mae Sai kun je een dagpas kopen voor Birma en ga je de grens over. Aan de overzijde van de Sai Rivier ligt het Birmese stadje Tachilek, waar je een paar uurtjes door kunt brengen. Je kunt hier mooi Birmees lakwerk en jade kopen. Na ons bezoek aan Tachilek rijden we door naar het plaatsje Sop Ruak. Hier komen de grenzen van Thailand, Laos en Birma samen en dit is dan ook de eigenlijke ‘Gouden Driehoek’. Via Chiang Saen, waar de Mekong langs stroomt en we een mooie tempel kunnen bezoeken, rijden we naar Chiang Khong, waar we overnachten, voordat we de oversteek naar Laos maken. Het hotel is schitterend gelegen, je hebt hier prachtig uitzicht over de Mekong.

Dinsdag 6, woensdag 7 november: Chiang Khong – Luang Prabang (Laos), vrije dag (dag 5)

Het grootste deel van onze reis naar Luang Prabang maken we per boot over de Mekong rivier. Deze bootreis duurt ongeveer zes uur. Vanuit de boot heb je een perfect uitzicht over de rivier en zijn omgeving. Luang Prabang ligt heel mooi aan de Mekong rivier en de zijrivier de Khan. Het is een romantische stad, die wel als een van de prettigste van Azië wordt ervaren. De sfeer is authentiek en dorpsachtig, en je kunt alles hier te voet ontdekken. Terecht is Luang Prabang door de UNESCO tot ‘World Heritage Site’ verklaard. In 1353 werd het hoofdstad van het verenigde Laos, dat toen ‘Lane Xang’ (rijk van de miljoen olifanten) werd genoemd. Aan bezienswaardigheden hier geen tekort: Er staan veel oude, gave tempels. Deze tempels zijn antiek en stammen nog van voor de Franse koloniale tijd. Ook kun je het voormalig Koninklijk Paleis bezoeken, dat nu een museum is. Het heerlijkste is het om ontspannen rond te wandelen, zo ontdek je de bezienswaardigheden vanzelf één voor één. Daarbij is ook een bezoek aan de drukke Dala-markt de moeite waard. ’s Avonds kun je in een restaurantje aan de rivier eten en de tropenzon achter het water zien wegzakken. 

Donderdag 8 november: Vlucht Luang Prabang – Phonsawan, Vlakte der Kruiken

Omdat de wegen hier slecht zijn en we een zeer lange reisdag willen vermijden, vliegen we van Luang Prabang naar Phonsawan, dat vlakbij de Vlakte der Kruiken ligt. Er leven in Phonsawan veel Vietnamezen. Op de markt zijn veel produkten uit Vietnam te koop en op straat hoor je regelmatig de Vietnamese taal. Ook is er een levendige markt in schrootijzer, afkomstig van de grote hoeveelheid bommen en ander oorlogstuig dat hier tijdens de oorlogen in het recente verleden is achtergebleven. Bomhulzen worden nu gebruikt als plantenbakken, om er huizen mee te bouwen en voor nog legio andere doeleinden. Vandaag kun je de grote stenen kruiken in de omgeving van Phonsawan bezoeken. Deze zijn gemakkelijk te bereiken vanuit Phonsawan. De Vlakte der Kruiken is uniek en een van de meest bijzondere bezienswaardigheden van Laos. Op verschillende plekken in een heuvelachtig, kaal landschap liggen groepen kruiken in allerlei formaten bijeen. Sommige zijn wel twee meter hoog! Over de herkomst en het gebruik van de kruiken is weinig bekend. Ze zijn gemaakt van een steensoort die hier niet voorkomt, wat hun aanwezigheid extra mysterieus maakt. Men schat dat ze wel zo’n 2000 jaar oud zijn. Sommige onderzoekers denken dat er doden in werden begraven, anderen denken dat het voorraadkruiken voor rijst waren, of zelfs wijnvaten. Er zijn drie belangrijke vindplaatsen in de directe omgeving van Phonsawan.

Vrijdag 9 november: Vlucht Phonsawan – Vientiane

In de ochtend kun je nog verschillende dorpen van de Hmong, een bergvolk dat hier leeft, bezoeken. De verschillende Hmong-volken zijn genoemd naar de kleur van hun kleding, zoals de Witte, de Rode, Zwarte en Gestreepte Hmong. De Hmong leven vooral van de landbouw en hebben veelal nog een ruileconomie. De Hmong-vrouwen maken prachtig handwerk. In de loop van de dag vliegen we van Phonsawan naar Vientiane, de hoofdstad van Laos.

Zaterdag 10 november: Vientiane, vrije dag

Voor een hoofdstad is Vientiane heerlijk rustig. Veel verkeer is er niet. De oude wijken van de stad zijn, met hun tempels en koloniale gebouwen, zeer sfeervol. Langs de Mekong ligt een met bomen omzoomde boulevard, waar je samen met de lokale bevolking kunt flaneren. In Vientiane zijn veel oude tempels en pagodes te bezichtigen, zoals de Wat Si Muang, de Wat Si Saket en de That Luang. Opmerkelijk is ook de Pratuxai, een Laotiaanse versie van de Arc de Triomphe in Parijs. Om een beetje inzicht te krijgen in de moderne (communistische) geschiedenis van Laos kun je het Museum van de Revolutie bezoeken. 

Zondag 11 november, maandag 12 november Vientiane – Khammouan Limestone National Park

Vandaag vertrekken we vroeg uit Vientiane en rijden in zuidelijke richting naar het kleine dorpje Lak Xao, dat in het gebied van het Khammouan Limestone National Park ligt. Een groot deel van het 1580 vierkante kilometers tellende park is vrijwel onbegaanbaar. Daardoor leven hier nog relatief veel wilde dieren, zoals een aantal soorten languren, een bekende apensoort in Azië. Lak Xao, waar we een nacht verblijven, ligt vlakbij de Hin Boun-rivier, en onderweg naar het dorp zullen we het Hin Boun Hydropower project zien liggen: Geen romantisch bouwwerk, maar wel een indrukwekkend bewijs van de technische vooruitgang van het land. Na aankomst in Lak Xao kun je een wandeling door het dorpje maken. Door de bewoners, die niet vaak buitenlanders zien, zul je vaak hartelijk begroet worden. De omgeving hier is schitterend: hoge, met bomen en struiken begroeide karstbergen rijzen in grillige vormen op uit het landschap. Dit nationale park herbergt een van de mooiste karstgebergten ter wereld. Als je wilt, kun je een duik nemen in de Hin Boun. Op onze vrije dag maken we een prachtige wandeling langs rijstvelden en verkennen we het indrukwekkende karstgebergte van het park. Je kunt ook een boottochtje maken, waarbij je onderweg ogen tekort komt. De oevers van de rivier zijn omzoomd door kleine dorpjes, bossen en karstbergen. 

Dinsdag 13 november: Khammouan Limestone National Park – Dong Hoi (Vietnam)

We vertrekken in de loop van de ochtend en steken vandaag de grens met Vietnam over. Ons eerste reisdoel in dit land is het stadje Dong Hoi. Dong Hoi ligt aan de kust, evenals ons hotel, zodat je na aankomst vast een duik in zee kunt nemen en ’s avonds veel zeevoedsel op de menukaart zult zien staan – een duidelijk teken dat we het binnenland hebben verlaten

Woensdag 14 november: Dong Hoi – Hue

Onze eigen bus brengt ons vandaag naar de oude keizerlijke hoofdstad Hue. Voordat we Hue bereiken, maken we een stop bij het dorpje Son Trach, om de Phong Nha grotten te bezoeken. Dit grottenstelsel is het grootste van Vietnam. De gangenstelsels tellen tientallen kilometers en zijn nog steeds niet allemaal geëxploreerd. Letterlijk betekent Phong Nha ‘grot van tanden en wind’, waarbij de tanden refereren aan de miljoenen jaren oude stalagmieten en stalactieten die je er kunt zien. Tijdens de Vietnam-oorlog gebruikte de Vietcong deze grot o.a. als wapendepot. We kunnen de grotten uiteraard binnengaan onder leiding van een gids. Na aankomst in Hue kun je hier vast wat rond gaan kijken en wandelen door het oude centrum.

Donderdag 15 november: Hue, vrije dag

Van 1802 tot 1945 was Hue de residentie van de Nguyen-dynastie. De belangrijkste bezienswaardigheid van Hue is de ‘Verboden Purperen Stad’, de verlaten, ommuurde keizerstad van de Nguyen-dynastie in het vroegere Indochina. Tijdens het grote Tet-offensief van de Noord-Vietnamezen en de Vietcong in 1968 werden grote delen ernstig beschadigd. Desondanks is het complex, waarvan enkele delen weer zijn hersteld, zeer het bezichtigen waard. In de omgeving van Hue bevinden zich de graftombes van de keizers uit de Nguyen-dynastie. Je kunt een boottocht maken over de ‘Welriekende Rivier’ om de beroemde Thien Mu-pagode en enkele van de prachtig gelegen keizersgraven te bekijken.

 Vrijdag 16 november: Hue – Hoi An

We rijden met onze eigen bus naar de oude havenstad Hoi An. Onderweg passeren we de Hai Van-pas, wat schitterende vergezichten oplevert. Hoi An, het voormalige Faifo, was in vorige eeuwen een van de drukste havensteden van Zuidoost-Azië. Handelsexpedities uit Europa legden hier aan om handel te drijven en oosterse specerijen in te kopen. Het oude stadje is pittoresk en bijzonder sfeervol. Talrijke oude, vaak houten huizen en historische gebouwen getuigen van het verleden. Enkele van de oude Chinese huizen zijn geopend voor bezoekers. De inrichting van deze huizen ziet er nog hetzelfde uit als eeuwen geleden. Ook een aantal oude Chinese tempels is nog steeds in gebruik. Als rechtgeaarde havenstad mag Hoi An bogen op een zeer levendige vismarkt, waar je de meest exotische vissoorten ziet. Wie wil kan een kort boottochtje maken op de rivier of op eigen gelegenheid naar het rustige strand van Hoi An gaan.

Zaterdag 17 november: Hoi An – Ho Chi Minh City, via Danang

Vandaag is een echte reisdag. Na het ontbijt en een laatste blik op Hoi An brengt onze bus ons naar Danang, waar we op de trein naar Ho Chi Minh City stappen. Vanuit de trein heb je een mooi uitzicht over het land en zie je af en toe de kust. Om comfortabel te kunnen reizen hebben we zogenaamde ‘soft sleepers’ gereserveerd. Dit zijn ruime vierpersoons slaapcoupés. Voor een onderlaken en kussen wordt gezorgd. Neem zelf een lakenzak mee. Tijdens de reis worden een Vietnamees diner en ontbijt geserveerd. Vannacht zul je in slaap vallen met het geronk van de trein op de achtergrond.

Zondag 18 november, maandag 19 november: Aankomst Ho Chi Minh City, vrije dagen

Na aankomst op het station van Ho Chi Minh City worden we per bus naar ons hotel gebracht. Dit ligt middenin het centrum en is een goede uitvalsbasis om de stad te verkennen. Ho Chi Minh City is een moderne stad met veel Europese restaurantjes en prachtige winkels. Er is echter ook de oude, bruisende Chinese wijk, Cholon. Een bezoek aan deze wijk is bijzonder aan te raden. Bekijk hier vooral een aantal van de oude Chinese pagodes. De Giac Lam-pagode, de oudste van de stad, is een van de belangrijkste bezienswaardigheden. Door wolken van wierook heen zie je hier biddende mensen en levensgrote beelden van demonen. In dit gedeelte van de stad zitten veel straatjes volgepropt met kleine marktjes, waar je de gekste dingen kunt krijgen: tientallen soorten eieren in vele kleuren, sommige pikzwart, allerlei soorten snoep en stroopwaren, gefrituurde hapjes en gigantische slagersmessen trekken hier je aandacht. Ho Chi Minh-stad heeft verder veel musea, koloniale gebouwen en kerken. Interessant zijn het Museum van Amerikaanse Oorlogsmisdaden en het Historisch Museum. In de stad zijn ook nog koloniale panden bewaard gebleven. Een mooi voorbeeld daarvan is het oude stadhuis. De fiets is het ideale middel om de stad te verkennen.

Dinsdag 20 november: Ho Chi Minh City – Phnom Penh (Cambodja)

Vandaag reizen we naar de hoofdstad van Cambodja, Phnom Penh. Voordat we de grens oversteken maken we, als de tijd het toelaat, een stop bij Tay Ninh. Tay Ninh is het centrum van de Vietnamese religie Cao Dai. Deze godsdienst werd in 1926 officieel gesticht en is een synthese van boeddhisme, confucianisme, taoïsme en christendom. Het is een uniek geloof, dat alleen in Vietnam voorkomt. In de bombastische kathedraal vinden gebedsdiensten plaats volgens een strikt ritueel. Van de grens tot aan Phnom Penh is het nog vijf à zes vier uur rijden. We verblijven in het centrum van de stad in een comfortabel hotel. Vanuit ons hotel kun je afstanden te voet overbruggen, maar het is ook heel makkelijk om je achterop een brommertje of met de metertaxi naar verschillende bezienswaardigheden te laten brengen. Brommertaxi’s zijn in Cambodja hét vervoermiddel binnen steden. Ons hotel ligt om de hoek van de Centrale Markt, een rond, geel gebouw uit de Franse periode. Je kunt hier garnalen krijgen die zo groot zijn als je hand! Maak een wandelingetje naar de Tonle Sap-rivier, die hier met de Mekong samenkomt. Langs de boulevard is het gezellig wandelen, en in de zijstraatjes vind je veel gezellige marktjes vol groenten en fruit.

Woensdag 21 november: Phnom Penh, vrije dag

Vandaag heb je volop de tijd om, individueel of met een stadstour, Phnom Penh goed te zien. Phnom Penh is een stad met een zeer aparte sfeer. Er heerst een levendige drukte en enkele bezienswaardigheden zijn zeer de moeite waard, zoals het paleis van koning Sihanouk. Veel wegen zijn hier nog ongeasfalteerd, wat de stad soms een mistig aanzien geeft. In de straten zie je weinig toeristen, wèl buitenlanders die hier werken, bijvoorbeeld voor een van de vele hulporganisaties die hier actief zijn of voor een buitenlandse investeerder. Dit alles geeft je een ‘pioniersgevoel’, en het is dan ook een buitengewoon interessante stad om nu te bezoeken. In Phnom Penh zijn ook twee plaatsen te zien die herinneren aan de Rode Khmer-periode: Iets buiten de stad, bereikbaar met een brommertje, liggen de ‘Killing Fields’. Op deze beladen plaats is een monument neergezet ter herdenking van de vele slachtoffers die het regime heeft gemaakt. In de stad zelf kun je de Tuol Sleng-gevangenis bekijken, die is ingericht als museum. Een bezoek aan deze gevangenis zal diepe indruk op je maken, maar is geestelijk zwaar. Om je indrukken te verwerken kun je tegen schemertijd een plekje zoeken in de ‘Foreign Correspondent’s Club’, een prachtig koloniaal gebouw aan de rivier. Dit is dè verzamelplaats voor buitenlandse journalisten, maar de club is voor iedereen opengesteld. Vanuit een open veranda kun je hier met een glaasje wijn of pastis uitkijken over de rode schemering boven de rivier, of een krantje lezen.

Donderdag 22 november: Phnom Penh – Siem Reap (Angkor)

De reis die we vandaag maken is schitterend. Vanuit ons hotel worden we naar een aanlegplaats in de Tonle Sap-rivier gebracht, waar we op de snelboot stappen die ons in vier à vijf uur naar het noordelijke plaatsje Siem Reap brengt. Iets buiten Phnom Penh gaat de rivier over in het Tonle Sap-meer, dat het grootste meer van Cambodja is. Het vervoer over het meer gaat veel sneller dan over land, en is bovendien veel mooier. Onze snelboot vaart ongeveer 50 kilometer per uur. Binnenin hebben we gereserveerde plaatsen, maar je kunt ook op het dak gaan zitten. Vanhier heb je een weids uitzicht en kun je prachtige foto’s maken. In het Tonle Sap-meer wonen veel mensen die van de visvangst leven. Zij hebben drijvende dorpjes gebouwd en leven daadwerkelijk op het water. Hier en daar zie je zelfs complete boeddhistische tempels uit het water steken! Op sommige punten is het meer zo breed dat je je op zee waant. Naarmate je Siem Reap dichter nadert, zul je steeds meer huisjes en vissers zien. Vanuit kleine bootjes vindt veel handel plaats, wat een kleurig gezicht is. Bij aankomst bij Siem Reap val je middenin een heel dorps tafereel van handelaars, kinderen, kippen en rondwandelende varkens. Overal zie je mannen en vrouwen de traditionele geruite Khmer-doek als hoofddeksel dragen. Een bus brengt ons naar ons hotel in Siem Reap.

Vrijdag 23 november, zaterdag 24 november: Angkor, vrije dagen

Siem Reap is een ontspannen plaatsje waar je lekker kunt eten en waar een gezellige sfeer hangt. De reden om hiernaartoe te gaan is echter uiteraard ons bezoek aan Angkor. Om Angkor goed te kunnen zien heb je twee dagen nodig. De tientallen tempels van deze stad liggen verspreid over een groot gebied. Het beste kun je in Siem Reap een brommertaxi inhuren. Deze brengt je overal naartoe waar je heen wilt, en staat dan de hele dag tot je beschikking. Angkor is de naam van de oude hoofdstad van het grote Khmer-rijk, dat in de 8e eeuw na Christus werd gesticht. Het rijk was enorm en strekte zich uit tot aan Zuid Vietnam en China. Rondom de tempels lag vroeger een levendige stad vol houten huizen. Helaas staan deze niet meer overeind, maar ook de tempels alleen zijn een bezienswaardigheid van wereldniveau. Eeuwenlang was het bestaan van deze stad niet veel meer dan een mythe. Totdat een franse expeditie de ruïnes begin deze eeuw, overwoekerd door jungle, ontdekte. Inmiddels zijn de meeste tempels prachtig gerestaureerd. Omdat ze in verschillende periodes gebouwd werden – bijna iedere koning stichtte een nieuwe tempel -, is hun uiterlijk telkens weer verschillend. De beroemde tempel Angkor Wat heeft een hindoeïstische achtergrond, terwijl in de tempel Angkor Thom de boeddhistische invloed overduidelijk is. Als je denkt dat je alles gehad hebt, neem dan nog een kijkje bij de Ta Prohm-tempel. Deze tempel is niet volledig gerestaureerd en zoveel mogelijk in de staat gehouden waarin hij door de Fransen werd aangetroffen: gigantische woudreuzen omknellen de muren en daken van de tempel in een vernietigende greep. Overal zie je hun meterslange wortels doorheen kronkelen. Een schitterend gezicht dat je nooit meer zult vergeten. Tegen de schemering kun je vanaf de hooggelegen Bakheng-tempel over dit bosrijke gebied uitkijken, waarbij je een prachtig uitzicht over Angkor Wat hebt.

Zondag 25 november: Siem Reap – Aranyaprathet (Thailand)

Vandaag passeren we onze laatste grens en reizen weer terug naar Thailand. De weg van Siem Reap tot aan de grens verkeert wegens jarenlange verwaarlozing in bijzonder slechte staat, hoewel er met vallen en opstaan hard aan gewerkt wordt en er gaandeweg dan ook stukken verbeterd worden. Er valt dan ook niet geheel te voorspellen hoe lang onze reis vandaag duurt. Zeker is dat dit het meest avontuurlijke traject van onze reis is, en dat we vroeg in de morgen vertrekken. De weg voert langs eindeloze, fris groene rijstvelden waarin boeren aan het werk zijn en reigers een hapje vis zoeken. Bewoners uit de omgeving loodsen onze truck op de slechtste stukken langs de kuilen en soms zelfs dwars door rijstvelden, en verdienen met dit soort karweitjes wat extra inkomsten. Na het passeren van de grens met Thailand krijg je bijna een cultuurschok: Dezelfde weg is hier ineens keurig geasfalteerd, en voert ons snel naar ons hotel in Aranyaprathet.

Maandag 26, dinsdag 27 en woensdag 28 november: Aranyaprathet – Ko Chang, vrije dagen

We rijden vanmorgen naar Trat en stappen hier op de veerboot, die ons in ongeveer drie kwartier naar het prachtige tropische eiland Ko Chang brengt. Hier verblijven we ruim twee dagen om uit te rusten en alle indrukken van de reis te laten bezinken. We overnachten in eenvoudige bungalowtjes vlakbij het witte zandstrand, dat door palmen wordt omzoomd. Een groot deel van het eiland bestaat nog uit oerwoud en is heuvelachtig. Je kunt hier wandelen en op zoek gaan naar een van de mooie watervallen. Maar natuurlijk is dit ook het uitgelezen moment om heerlijk aan het strand te luieren en een duik in de azuurblauwe zee te nemen. Voor liefhebbers kan de reisleid(st)er ook een snorkeltocht of wandeling organiseren.

Donderdag 29 november: Ko Chang – Bangkok

In de ochtend reizen we naar Bangkok, de hoofdstad van het koninkrijk Thailand. Deze stad telt zo’n acht miljoen inwoners en is het economische en politieke centrum van het land. Het is een metropool die 24 uur per dag bruist, en het hectische verkeer, de ontelbare winkels en de bizarre mengeling van traditioneel en modern leven maken de stad tot een fascinerend geheel. Veel mensen kwamen van het platteland naar de stad om hun geluk te zoeken. De talrijke moderne gebouwen geven de stad een Westers aanzicht. Deze wolkenkrabbers zijn echter maar schijn: In werkelijkheid wordt het cultuurgoed van het eeuwenoude koninkrijk door iedere Thai gekoesterd. Vanuit ons hotel, dat vlakbij de Chao Phraya-rivier ligt, heb je de gelegenheid om je onder te dompelen in het straatleven van de wijk Banglumpoo. De trottoirs staan hier vol met kraampjes waar werkelijk alles van kleding tot tropische vruchten en parfums verkocht wordt.

Vrijdag 30 november: Bangkok, vrije dag en avondvlucht

Onze vlucht terug naar Amsterdam vertrekt laat in de avond, zodat je overdag nog de gelegenheid hebt om Bangkok beter te bekijken. De belangrijkste bezienswaardigheden van de stad zijn gemakkelijk per riviertaxi te bereiken. Mis vooral niet het prachtige koninklijke paleis (een uitgebreid complex met onder meer Wat Phra Keow, de Tempel van de Smaragden Boeddha) en bekende tempels zoals Wat Po en Wat Arun (de tempel van de dageraad). Op het terrein van Wat Po is een beroemde massageschool gevestigd, waar je, als je de tijd neemt om op je beurt te wachten, een van de beste massages van Thailand kunt krijgen. Na een laatste Thaise avondmaaltijd nadert het einde van deze fantastische reis, en worden we met minibusjes naar het vliegveld van Bangkok gebracht.

Zaterdag 1 december: Aankomst Amsterdam.

 

Advertenties