De Camino per Fiets

Verslag van een fietsreis van Lisse naar Santiago de Compostela

15 juni – 14 juli 2015

Totaal: 2778 kilometer 

De enthousiaste reacties op de korte verslagen van onze belevenissen die ik tijdens onze fietsreis naar Santiago de Compostela om de drie á vier dagen op Facebook plaatste, brachten mij op het idee de verslagen te bundelen en hier en daar te voorzien van wat extra informatie. Het uiteindelijke resultaat vind je op deze pagina.

Een kort filmpje van ons fietsavontuur, ondersteund met een Gregoriaanse versie van Metallica’s ‘Nothing Else Matters’, uitgevoerd door de zingende monniken van Santiago de Compostela, kun je full screen en in High Definition bekijken als je het plaatje hieronder aanklikt:

Ik wens je veel kijk- en leesplezier!

Lex Schruijer, augustus 2015

De route

Door Frankrijk: Châlons, Vezelay, Nevers, La Souterraine, Rocamadour, Cahors, Oloron Ste Marie, St. Jean Pied de Port. (Bron: routeboekje Langs Oude Wegen, auteur Clemens Swerens, uitgave: Europafietsers)
Door Spanje: Roncesvalles, Pamplona, Estella, Logroño, Nájera, Burgos, Castrojeriz, Frómista, Sahagún, Mansilla de las Mulas, Astorga, Villafranca del Bierzo, Samos, Portomarin, Melide, Monte do Gozo, Santiago de Compostela.

Proloog

Al tijdens onze fietsreis naar Rome in 2014 besloten we dat onze volgende fietsreis richting Santiago de Compostela zou gaan. Vanzelfsprekend zouden we deze reis in twee delen opknippen. Het leek ons namelijk onmogelijk in ongeveer vier weken naar Santiago te fietsen. (Een afstand van ongeveer 2800 kilometer). Maar om in 2015 tot St. Jean Pied de Port (aan de voet van de Pyreneeën) te komen, dát leek ons zeker haalbaar.

Fietsroutes naar Santiago worden gedetailleerd beschreven in boekjes die bij wereldfietsers alom bekend zijn. Wij kozen voor de routeboekjes, samengesteld door Clemens Swerens en uitgegeven door de vrijwilligersorganisatie Europafietsers: Langs Oude Wegen, deel 1 (Maastricht – Nevers) en 2 (Nevers – Oloron /St Jean Pied de Port ) en St. Jacobsfietsroute deel 3 (Pyreneeën – Santiago). De route komt in grote lijnen overeen met een van de diverse routes die pelgrims al eeuwenlang volgen naar Santiago de Compostela. Santiago is een belangrijk bedevaartsoord, omdat daar zich het graf van Sint Jacob (San Iago) zou bevinden. Jacob was een neef van Jezus en een van diens trouwste apostelen. Daarover zometeen meer.

Dat dit ‘pelgrimsdiploma’ je voorrang verschaft wanneer je bij Petrus aanklopt aan de hemelpoort is een wijdverbreid misverstand

credencial 1Bas vindt dat we ons moeten aansluiten bij het St. Jacobsgenootschap, want dat schijnt verschillende voordelen te hebben. Op vertoon van je ‘Credencial del Peregrino’ (pelgrimspas) zou je bijvoorbeeld onderweg hulp kunnen krijgen, mocht dat nodig zijn. En als je aan het eind van de rit aan de hand van onderweg verkregen stempels in kathedralen, gemeentehuizen, albergues etc. kunt aantonen dat je de volledige ‘Camino’ (pelgrimsweg) hebt afgelegd, krijg je een zogenoemd ‘compostelaat’. Dat dit ‘pelgrimsdiploma’ je voorrang verschaft wanneer je bij Petrus aanklopt aan de hemelpoort is een wijdverbreid misverstand. Daarvoor is een ‘aflaat’ (kwijtschelding van zonden) nodig en daar komt nog wel wat meer bij kijken.
Op een gure en regenachtige dag in januari melden we ons aan bij het Genootschap van St. Jacob in het centrum van Utrecht. Bij de vraag wat het doel is van onze pelgrimage kunnen we kiezen uit de volgende mogelijkheden: religieus, spiritueel, cultureel, historisch of sportief. De eerste twee opties vallen sowieso af, dus kiezen we voor sportief en cultureel. Ook moeten we opgeven hoe we de reis gaan maken: te voet, te paard (!) of per fiets. Als deze formaliteiten zijn vervuld ontvangen we onze ‘Credencial del Peregrino’, voorzien van het eerste stempel. De voorpret kan beginnen.

Die begint al met het verhaal over de heilige Jacobus. Die schijnt, nadat zijn neef aan het kruis was gestorven, wat zendingswerk te hebben verricht in Spanje. Bij terugkomst in Palestina werd hij in het jaar 44 onthoofd. Twee van zijn discipelen laadden het lijk aan boord van een stenen (!) boot, zonder roer (!!). Na wekenlang te hebben gezwalkt over de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan spoelde het bootje met zijn bemanning aan op de kust van Galicië. De twee discipelen sleepten het lijk, of wat daarvan over was, enkele tientallen kilometers landinwaarts en begroeven het in de berg Libredón.

Tot op de dag van vandaag zijn er nog miljoenen mensen die dit bizarre verhaal onvoorwaardelijk geloven.

Een en ander raakte in de vergetelheid, totdat in de Middeleeuwen een marketingexpert avant la lettre het verhaal verspreidde, dat er in Noord-West Spanje een veld (campus) was, waar een ster (stella) het graf van Jacobus verlichtte . Vanaf dat moment is San Iago de Campus Stellae een bedevaartsoord voor pelgrims vanuit alle delen van Europa.

Op plaats waar Jacobus begraven zou zijn werd later de kathedraal van Santiago gebouwd. Tot op de dag van vandaag zijn er nog miljoenen mensen die dit bizarre verhaal onvoorwaardelijk geloven.

Tsja…

Veel beter dan ik zou Maarten ’t Hart het tot op het bot kunnen fileren.

Dag 0, zondag 14 juni. Heveadorp – Lisse

Pelgrims op weg naar Santiago de Compostela zijn herkenbaar aan de Sint-Jacobsschelp, het teken van de heilige Jacob. De schelp wordt gedragen met de sluiting naar boven (in tegenstelling tot de schelp van oliemaatschappij Shell).
Pelgrims op weg naar Santiago de Compostela zijn herkenbaar aan de Sint-Jacobsschelp, het teken van de heilige Jacob. De schelp wordt gedragen met de sluiting naar boven (in tegenstelling tot de schelp van oliemaatschappij Shell).

We hebben besloten om dit jaar nu eens niet vanuit Heveadorp te vertrekken, maar vanuit Lisse, de woonplaats van Bas en Loes. Als ik via de NS reisplanner bekijk hoe ik vanuit Arnhem met de trein in Lisse kan komen, begint het al goed. Tussen Driebergen en Utrecht rijden – wegens werkzaamheden- geen treinen. Alleen bussen; die natuurlijk geen fietsen vervoeren. Dus zit er niets anders op dan het traject Driebergen – Utrecht per fiets af te leggen.

In Sassenheim haalt Bas mij van de trein. Samen fietsen we naar Lisse. Bas’ enthousiasme om aan dit fietsavontuur te beginnen is minstens zo groot als dat van mij.

We zijn niet zo bijgelovig, dat we denken dat de schelpen ons zullen behoeden voor welk onheil dan ook, maar ach, het zal geen kwaad kunnen

Loes heeft in haar schelpenverzameling twee fraaie Jacobsschelpen opgedoken en bevestigt die met visgaren aan onze stuurtassen. We zijn niet zo bijgelovig, dat we denken dat de schelpen ons zullen behoeden voor welk onheil dan ook, maar ach, het zal geen kwaad kunnen.

Dag 1, maandag 15 juni: Lisse – Oisterwijk, 124 km

Ik heb er nooit zo bij stilgestaan, dat er vanaf Schiphol al vanaf ca. 4:00 uur vliegtuigen vertrekken. Maar in Lisse kom je daar wel achter. Het lawaai schijn je, als je eraan gewend bent, niet meer te horen, maar ondanks het comfortabele bed in de logeerkamer van huize Van Riel, heb ik toch niet zo best geslapen.

Na een stevig ontbijt zijn we om 8:30 uur klaar voor ‘Le Grand Départ’. Goedgemutst verlaten we de Grundelstraat.

Ons eerste avondmaal: spaghetti Bolognese, zonder spaghetti

Volgens Bas kunnen we Alphen a.d. Rijn beter aan de oostkant passeren dan aan de westkant, wat ik bedacht had. Ik vind het prima. De zon schijnt, de stemming zit erin en fluitend doorkruisen we het Groene Hart en een fraai stukje Brabant. (De Loonse en Drunense Duinen).

Ons eerste avondmaal: spaghetti Bolognese, zonder spaghetti (want pasta vergeten in te kopen). We nuttigen het op Natuur- en NIVON camping ‘Morgenrood’ in Oisterwijk.

Dag 2, dinsdag 16 juni: Oisterwijk-Cadier en Keer, 129 km

‘s Ochtends nemen we niet deel aan het gezamenlijk zingen van socialistische strijdliederen, maar vertrekken we in alle vroegte richting Maastricht. Bij Lommel passeren we de grenspaal en via het weinig opwindende, ca 65 km. lange fietspad langs het Kanaal van Bocholt naar Herenthals en de Zuid-Willemsvaart, fietsen we naar Limburg.

In Maastricht drinken we een biertje op de Markt. Daarna begeven wij ons naar de ‘albergue’ van mijn nichtje Franca, in Cadier en Keer, die mij liet weten, dat er in haar huis altijd plaats is voor pelgrims. We worden er gastvrij onthaald met een vorstelijk maal.

Na wat inleidende beschietingen in de Limburgse heuvels beginnen we morgen aan het Ardennenoffensief. Het echte werk

Na wat inleidende beschietingen in de Limburgse heuvels beginnen we morgen aan het Ardennenoffensief. Het echte werk. Met inmiddels zo’n 260 km in de benen, moet het lukken!

Dag 3, woensdag 17 juni: Cadier en Keer – Stoumont, 82 km

De Ardennen. Wie hier wel eens gefietst heeft, weet het: de hellingen zijn ware kuitenbijters en zijn (lijken?) altijd tien keer zo lang als de afdalingen. Het is mooi weer, de vogeltjes fluiten, de route is verder prachtig, dus ons hoor je niet klagen!

de hellingen zijn ware kuitenbijters

We passeren de Abbaye (Abdij) Nôtre Dame du Val Dieu. “Eens even kijken of we hier een stempel kunnen scoren,” stelt Bas voor. Ik verwacht eerlijk gezegd gefronste wenkbrauwen als we onze pelgrimspassen overhandigen aan de receptioniste, maar die kijkt nergens van op. Met een routineus gebaar knalt ze het eerste van de vele stempels die we onderweg hopen te verzamelen, in onze ‘credencial’.

Ongetwijfeld dankzij het meer dan stevige ontbijt dat Franca voor ons had bereid, komen we zonder problemen aan bij camping ‘Les Salins’, vijf kilometer voorbij Stoumont, met ‘slechts’ 82 km op de teller. Wat te doen? De volgende camping ligt 40 km verder…… Het is mooi geweest vandaag. Hier slaan we de tent op en drinken nog een biertje en een wijntje (bis).

Dag 4, donderdag 18 juni: Stoumont – Chateauneuf, 104 km

We worden gewekt door een geluid dat in een tent doorgaans gezellig klinkt, maar nu even niet. REGEN. K..! Een echte pelgrim laat zich echter niet zo gauw van de wijs brengen door een beetje regen, dus gaan we welgemoed met een zeiknatte tent op pad.

Er volgen pittige klimmetjes, we passeren het hoogste punt van de Ardennen (596 meter geeft mijn Garmin aan) en het regent afwisselend hard, heel hard. We komen door uitgestorven gehuchten met wel een kerk maar geen kroeg. Er zit dus niets anders op dan in een kapelletje, onder het toeziend oog van de maagd Maria, zelf koffie te zetten.

het regent afwisselend hard, heel hard

Tegen de middag begint het weer op te klaren. Via Bastogne bereiken we Chateuneuf. Om over camping Val d’Emeraude “het is hier fantastisch” te zeggen, nou, nee! Maar ja, het is maar voor één nacht.

Dag 5, vrijdag 19 juni: Chateauneuf – Varennes en Argonne, 104 km

Het is bewolkt en ronduit koud. Maar: droog. Al na ca 1,5 uur bereiken we de abdij/bierbrouwerij van Orval. Hier halen we onze tweede ‘tampon’ in onze pelgrimspassen.

…maar Bas laat zich een pint d’Orval goed smaken

Voor een biertje vind ik het nog wat vroeg, maar Bas laat zich een pint d’Orval goed smaken.

Na 34 kilometer fietsen passeren we de Franse grens. Via de slagvelden uit de Grande Guerre (WO 1) fietsen we via Dun naar Varennes, waar we neerstrijken op de Camping Municipal, met WiFi zowaar!

Dag 6, zaterdag 20 juni: Varennes – Lettrée, 101 km

Bas is jarig vandaag! En is dus meteen al druk met het reageren op sms’jes, Whatsapps en Facebook-berichten.

Bij de boulangerie van Varennes slaan we behalve stokbrood ook een paar punten kersenvlaai in. Per slot van rekening hebben we wat te vieren vandaag!

Zuchtend en flatulerend stoempen we voort

Het is bewolkt en koud, maar rond half elf breekt de zon door en steekt er ook een straffe wind op. Uit het zuid-westen. En we moeten naar het zuid-westen…. Zuchtend en flatulerend stoempen we voort via eindeloze glooiende wegen door de eeuwige Franse graan- en slagvelden.

In Hans is de oude kerk wel open, maar niemand aanwezig om ons van een ‘tampon’ te voorzien. Evenmin in de kathedraal van L’Épine. Meer geluk hebben we in de kathedraal van Châlons en Champagne.

Tijdens een lunch op het marktplein van Chalons worden we bediend door een onbeschofte en humorloze kelner. Jammer, (voor hem) want zo loopt hij een fooi mis. Dertig kilometer verder slaan we onze tent op bij een boer in Lettrée. Het is een eenvoudig terrein, waar we de enige gasten zijn.

Dag 7, zondag 21 juni: Lettrée – Ervy le Châtel, 120 km

Afbreken, inpakken en ontbijten gaat steeds geroutineerder. We rekenen €6,00 af en om acht uur zitten we al op de fiets. Ondanks een forse tegenwind weten we de vaart erin te houden. Het landschap is weinig spectaculair. Eindeloze graanvelden met aan de horizon altijd wel een graansilo. In de weinige dorpjes is geen mens te zien.

Rond één uur rijden we Troyes binnen met al 71 km op de teller.

Troyes is een mooie stad met een grote kathedraal, waar een tandeloze conciërge ons voorziet van een tampon. De TomTom brengt ons naar het adres van de -volgens kenners- beste pizzabakker ter wereld. Helaas: gesloten. Dan maar een pizza in het ertegenover gelegen restaurant. Ook helemaal niet slecht!

De camping ligt langs een beek, wat onder meer betekent: MUGGEN! ……! (Hier vloek naar keuze invullen)

Na Troyes wordt het landschap weer wat kleinschaliger. Meer dorpen, af en toe venijnige klimmetjes, meer kruisingen. En een groter risico een verkeerde afslag te nemen. Wat dus prompt ook gebeurt. In plaats van na 112 kilometer bereiken we camping Les Mottes in Ervy-Le-Châtel pas na 121 kilometer.

Tentje opzetten en snel naar het dorp voor een – in onze ogen – welverdiend ijskoud biertje.

De camping ligt langs een beek, wat onder meer betekent: MUGGEN! ……! (Hier vloek naar keuze invullen). Tot overmaat van ramp blijkt de pomp van de MSR benzinebrander niet meer te werken. Betekent dit het einde van zelf (water)koken? Het zal toch niet waar zijn? Bas belt z’n ‘handige broer’ die een goed advies geeft: een rubber ringetje eruit peuteren en opnieuw monteren. Het werkt!

Dag 8, maandag 22 juni: Ervy le Châtel – Vezelay, 106 km

’s Ochtends vroeg is het nog behoorlijk fris, maar als de zon doorbreekt wordt het meteen wat aangenamer. Een graad of 19 schatten we. Niet echt warm, maar prima fietsweer. We zien weer eens weilanden met koeien en geleidelijk maken graanvelden plaats voor wijnvelden. We zijn in Bourgogne!

Als klap op de vuurpijl volgt aan het eind van deze etappe een klim van vijf kilometer á 7%

Rond half één rijden we via een brug over de Yonne Auxerre binnen. Op de Autoroute du Soleil raas je daar altijd langs, maar de stad is zeker een bezoek waard.

Een eeuwenoude binnenstad en een imposante kathedraal. Na Auxerre volgt een mooi fietspad langs de Yonne en het Canal du Nivernais.

Als klap op de vuurpijl volgt aan het eind van deze etappe naar Vézelaye een klim van vijf kilometer á 7%. Voordat we naar de camping gaan, bekijken we eerst het stadje met zijn imposante kathedraal.

Daarin kwamen op 22 juli 1120 meer dan 1000 pelgrims om het leven, toen het brandende dak instortte. Toch wel even een kippenvelmoment als je in de kerk rondkijkt.

Vézelay is al eeuwenlang een plaats waar veel bedevaartsroutes samenkomen.

Dag 9, dinsdag 23 juni: Vézelay – Nevers, 98 km

Al wekenlang klagen de boeren hier over het gebrek aan regen. Afgelopen nacht zijn ze op hun wenken bediend. Net nadat we gisteren in Vézelay de tent hadden opgezet, kwam de regen met bakken uit de hemel. Maar vanochtend was het gelukkig weer droog. Nog wel zwaar bewolkt overigens.

Na de eerste kilometers van de etappe van vandaag – een kilometerslange, maar ronduit frisse afdaling- volgt een fraai stukje Frankrijk: de Morvan. Al snel breekt de zon door en wordt het aangenaam fietsweer. Dit is echt genieten. Uitroepteken.

De route naar Nevers gaat in het algemeen over blauwe pistes, afgewisseld door een enkele rode en af en toe een zwarte. Anders dan bij het skiën gaat mijn voorkeur bij het fietsen niet uit naar zwarte pistes.

Op deze gewijde plaats brengt ons dat echter niet op zondige gedachten

In de kathedraal van Nevers verstrekt een aardige Française ons een ‘tampon’ in de pelgrimspas, waarbij ze ons een blik gunt in haar royaal gevulde decolleté. Op deze gewijde plaats brengt ons dat echter niet op zondige gedachten. Langs de oevers van de Loire slaan we onze tent op. Op naar het centrum van Nevers voor een sappige entrecote.

Dag 10, woensdag 24 juni: Nevers-Chateaumeillant, 114 km

Voor het eerst staan we op met uitgesproken mooi weer. De hemel is strakblauw, het is nog een beetje fris, maar het belooft een warme dag te worden. En dat wordt het ook.

Het eerste deel van deze etappe gaat over jaagpaden langs kanalen met sluizen waarin imposante hoogteverschillen overbrugd moeten worden. Ook een aquaduct boven een snelstromende rivier is heel bijzonder.

Wat verder komen we in een landschap met akkers, weilanden en licht glooiende wegen. Met de wind in de rug schieten we lekker op. Voor de ‘lunch’ hebben we al 80 km afgelegd.

Wat ze met die gegevens doen? De heilige Jacobus mag het weten!

Doel voor vandaag is Chateaumeillant, een erkende etappeplaats op de St. Jacobsroute. In de kerk is geen mens aanwezig om een ‘tampon’ te plaatsen. Desgevraagd kan dat wel in het Office du Tourisme. Maar dat gaat niet zo maar! Waar we onze pelgrimsreis zijn begonnen (Haarlem), in welke plaats we de laatste ‘tampon’ hebben gekregen (Nevers), waar we de volgende ‘tampon’ denken te scoren (La Souterraine) en wat het doel is van onze reis (sportief/cultuur). Dat alles wordt zorgvuldig genoteerd. Wat ze met die gegevens doen? De heilige Jacobus mag het weten. Ondertussen hebben we wel een behoorlijk droge keel gekregen. In de plaatselijke bar hebben ze daar wel een remedie voor. Op naar de camping om wat nadorst te lessen, de tent op te zetten etc. etc.

Dag 11, donderdag 25 juni: Chateaumeillant – La Souterraine, 97 km

Lou Reed’s: A perfect day. Ik betrap me erop dat ik dat liedje steeds zit te fluiten en neuriën op deze prachtige dag. De zon schijnt uitbundig, een koor van vogels moedigt ons aan en de route is prachtig. Fijne afdalingen en vileine klimmetjes wisselen elkaar af. Rond half vijf komen we aan in La Souterraine.

Tampon scoren in de kerk en een terrasje pakken.

Ook hier trekken onze Santosfietsen, met Rohloff naaf en riem veel bekijks

Ook hier trekken onze Santosfietsen, met Rohloff naaf en riem veel bekijks. Dit keer van een oude baas van royaal in de tachtig. Z’n hart springt open. In z’n jonge jaren heeft hij veel lange fietstochten gemaakt, o.a door het voormalige Oostblok.

Voorlopig gaat het lekker allemaal. Morgen een warme en zware etappe.

Dag 12, vrijdag 26 juni: La Souterraine – St. Germain les Belles, 100 km

We hebben inmiddels gemerkt, dat veel mensen ons ‘volgen’ op Facebook. Via Facebook en ook via Whatsapp, SMS en email bereiken ons nogal wat vragen. Eerst maar even die vragen behandelen voor ik verslag uitbreng van de twaalfde fietsdag.

Daar gaat ie:

  • Of we na 11 dagen stoempen geen ongelooflijk stijve/verzuurde spieren hebben. (Gelukkig niet. We beschikken toevallig allebei over een redelijk soepel bewegingsapparaat. Dat is geen verdienste, maar een voorrecht waar we ons terdege van bewust zijn).
  • Of we na al die dagen nog geen blikken kont hebben? (Ha! Nee hoor. Het geheim? Een goed ‘ingereden’ Brooks-zadel in combinatie met een flinke lik antifrictiecrème).
  • Of we het misschien allemaal te snel willen doen en geen oog hebben voor de omgeving. (We nemen royaal de tijd om bezienswaardigheden in de verschillende plaatsen te bekijken, te fotograferen en filmen, ‘tampons’ (stempels) te scoren en om op het gemak koffie te drinken en te picknicken.)
  • Of het niet levensgevaarlijk is om te fietsen in Frankrijk. (Valt mee. De route gaat over gele (D-) en witte (C-)weggetjes door een dramatisch dunbevolkt stuk Frankrijk met een verkeersintensiteit van gemiddeld één auto per drie kwartier. Dus…… No worry)

Dan nu het verslag van dag 12:

Er is ons een tropische dag beloofd. Daarom besluiten we vroeg te vertrekken. Zes uur op, zeven uur op de pedalen. Dat bevalt goed. Het is nog heerlijk koel. Van overwegend akkerland, afgewisseld door stukjes bos, verandert het landschap in bos, met af en toe een akkertje. Of een weiland met mollige Limousin koeien.

De heuvels worden hoger, de klimmetjes langer en de afdalingen dus ook. We fietsen door de uitlopers van het Massif Central, al aardig zuidelijk dus.

Hun baasjes? Vierkante mannen met bierbuiken en hangtieten

De camping in St. Germain – Les Belles wordt gerund door een Nederlander. Hij heeft z’n zaakjes piekfijn voor elkaar. Er staan veel Nederlandse campers en caravans. Hun baasjes? Vierkante mannen met bierbuiken en hangtieten. Hoofdschuddend bekijken ze onze fietsen en tent.

Tsja….

Dag 13, zaterdag 27 juni: St. Germain – Les Belles – Paunac, 115 km

De dag begint bewolkt en koel, een verademing na die tropische dag van gisteren. Ons respect voor de ontwerper van de route neemt met de dag toe. De route voert over weggetjes, die je nooit zelf zou kiezen. Nooit de kortste weg tussen A en B, wel de mooiste (en rustigste). Maar: nooit vlak. Of je gaat omhoog (meestal) of je daalt af.

Bij het vertrek uit Turenne gaat er iets goed mis

Na een koffiestop in Uzerche gaat het richting Brive. Na Brive volgt een lange en zware klim van 6 km. Hellingen van 7 tot 10%.

Ook de klim naar Turennes is meer dan pittig. Het is in de loop van de dag ook weer erg warm geworden. Een biertje in Turenne, en dan maar weer verder.

Bij het vertrek uit Turenne gaat er iets goed mis. Terwijl ik nog even wat aan mijn fiets sta te rommelen is Bas plotseling verdwenen. Ik heb geen idee via welk weggetje hij het dorp uitgereden is. Dat onbeduidende steegje rechtdoor misschien? Lijkt me onwaarschijnlijk. Dan maar linksaf de D-weg op. Als een raket schiet ik ruim drie kilometer naar beneden. Geen spoor van Bas.

Telefoon: Bas. Ik had dus toch dat steegje in gemoeten. Terug dan maar. Weer ruim drie kilometer, maar nu omhoog. Nou ja, “ook dat is theater”, zou Freek de Jonge zeggen.

De boerencamping die we op het oog hebben, blijkt te zijn opgeheven. De boer wil wel onze bidons vullen, maar zegt niet uit zichzelf: “Zet hier de tent maar op.” Nou, dan maar een veldje zoeken, waar we wild kunnen kamperen. Een paar klimmetjes verder vinden we een mooi plekje. Na zo’n dag hebben we geen puf meer om naar de volgende camping te fietsen.

Dag 14, zondag 28 juni: Paunac-Cahors, 93 Km

Vroeg op, want het zal een erg warme dag worden, 37 graden wordt verwacht. (Valt achteraf mee. Het wordt maximaal 32 graden met een fijn briesje.)

Langs de Lot ligt een camping, waar Bas een rotsharing diep in een boomwortel jast

Tot Rocamadour drie steile en lange klimmetjes. Koffie en uitblazen in het mooie, maar erg toeristische Rocamadour.

Dan volgen nog twee lange beklimmingen naar het hoogste punt van de Dordogne: de Bastide de Murat.

Naar Cahors is het nu nog 40 kilometers …. Die blijken één lange afdaling te zijn. In het begin steil, later vals plat. Naar beneden dit keer. Ook wel eens lekker. Zo zijn we toch nog eerder in Cahors dan verwacht.

Langs de Lot ligt een camping, waar Bas een rotsharing diep in een boomwortel jast. Krijg die er maar eens uit!

Dag 15, maandag 29 juni: Cahors-Maridoux, 103 km

Via een monumentale brug over de Lot verlaten we het drukke Cahors. Een klim van 6 kilometer klim van 4% brengt ons op een hoogvlakte.

Na een lange afdaling volgt zowaar een nagenoeg vlak gedeelte. Een verademing na al dat zwoegen van de afgelopen dagen.

Koffie en een stempel in Castelnau.

De ouwe heks achter de toonbank heeft daar geen boodschap aan

In een dorp daarna wijzen we in een boulangerie twee baguettes aan die we wel willen hebben. De ouwe heks achter de toonbank heeft daar geen boodschap aan. Ze verdwijnt naar achteren en komt terug met twee baguettes. De croissants die we al fietsend wegkauwen blijken niet al te vers. Even later moeten we vaststellen dat ook de baguettes minstens zo oud zijn als de weg naar Kralingen. Het serpent! We voeren het brood aan de vogeltjes en kopen krakend vers brood in een volgend dorp.

Via een schaduwrijk pad langs een kanaal fietsen we naar een brug over de Garonne. Een steile klim naar Auvillar volgt. Een bezoek aan dit “une des plus belles villages de France” (wat zijn er daar trouwens veel van!) is de moeite waard. Mooi dorpspleintje en “une belle vue sur La Garonne“. Inderdaad.

Uit steeds meer dingen blijkt, dat we op de St. Jacobsroute zitten. Wandelaars met Jacobsschelpen op hun rugzak, gites voor Santiago-gangers, mensen die ons “bon camino” toeroepen en tegenliggers -zonder uitzondering Nederlanders- die de route in tegengestelde richting fietsen.

Op zoek nu naar een camping. Eén km voor Maridoux moet volgens het boekje een camping à la ferme zijn. Op de bewuste plaats is er geen ‘ferme’, geen ‘accueil’ noch een bord dat aangeeft dat hier een camping is. Bij nadere inspectie blijkt hier toch een veldje te zijn waar gekampeerd kan worden, er zijn twee afgesloten ‘gites’ en een keurig sanitairblok. Meer hebben we niet nodig.

’s Avonds komt de eigenaar langs om 9 Euro te incasseren. Hij heeft niet terug van €20. Hebben we maar 8 Euro? Ook goed. Verdwijnt zo in de knip. Nee, met Frankrijk komt het helemaal goed!

Dag 16, dinsdag 30 juni: Maridoux-Montesquiou, 85 km

Vanwege de hitte hebben we besloten een tropenrooster in te voeren. Wat betekent: vroeg op (kwart voor zes) en zo min mogelijk kilometers maken na één uur ’s middags.

De mevrouw die ons in de ‘Mairie’ een stempel verstrekt zal vermoedelijk -om met Tedje van Es te spreken-, “geen stress an d’r hart” krijgen

Het landschap van de Gers lijkt op dat van Zuid-Lmburg. Qua heuvels dan. Zonnebloemen zijn hier een belangrijk gewas. Sommige akkers staan al volop in bloei. Een mooi gezicht. Op korenvelden wordt volop geoogst.

De mevrouw die ons in de ‘Mairie’ (het gemeentehuis) van Biran, een plaatsje van ca 200 (twee honderd!!) inwoners een stempel verstrekt zal vermoedelijk -om met Tedje van Es te spreken-, “geen stress an d’r hart” krijgen.

Reisdoel van vandaag is het landgoed ‘Le Haget’ in Montesquiou. Dit wordt gerund door de ouders van Bas’ schoondochter Justine. We worden hartelijk ontvangen door Marc en Annemieke en krijgen een luxe pelgrimshut toegewezen op het 8 hectare grote terrein rond een mooi kasteel; dat  vandaag de dag fungeert als hotel/restaurant/trouwlocatie/conferentieoord. We worden verwend met koude biertjes, ijsjes en een heerlijk diner.

De thermometer van de ‘pharmacie‘ in Montesquiou gaf vanmiddag 40 graden aan……

Dag 17, woensdag 1 juli: Montesquiou – Lescar, 90 km

Klokslag half zeven laten we Domaine ‘Le Haget’ achter ons. Het is nog heerlijk koel, maar de eerste kilometers vallen zwaar. Veel klimmetjes en vals plat over hobbelige wegen. Of hebben we gisteravond misschien toch iets meer gedronken dan strikt noodzakelijk?

Na een uurtje komt het tempo erin. Om kwart voor negen passeren we de grens van het Departement Hautes Pyrenées. Uit de dalen kruipen mistbanken omhoog. Even ziet de lucht er dreigend uit, maar dan breekt de zon door en wordt het weer warm. In ‘no time‘ jagen we er de man twee bidons (3L) en een petfles (1,5L) water doorheen.

Een terrein met veel stacaravans en in de bar elke ‘mercredi’ karaoke. Zo’n camping dus

De etappe is mooi maar niet spectaculair. Een paar gemene klimmetjes van 10% en evenzoveel fijne afdalingen. Met een grote boog rijden we om Pau heen.

Vroeg in de middag bereiken we in Lescar, even ten westen van Pau, camping Le Terriër. Een terrein met veel stacaravans en in de bar elke ‘mercredi’ karaoke. Zo’n camping dus.

Na een vorstelijke, zelfbereide maaltijd (paella, uit blik) besluiten we in de bar nog een kop koffie te gaan drinken en wellicht nog een prijs weg te slepen bij het karaoke zingen. Het is per slot van rekening ‘mercredi’ vandaag. Maar helaas, “Ze bar iz clozed,” vertelt de mooie receptioniste ons. Als ze onze teleurgestelde gezichten ziet strijkt ze haar hand over haar fraaie boezem en maakt ze twee espresso voor ons. Wel meteen afrekenen svp.

Dag 18, donderdag 2 juli: Lescar-Garindein, 70 km

Een bewolkte dag en heerlijk koel! 22 graden, prima fietsweer. Omdat ons morgen twee cols in de Pyreneeën te wachten staan, doen we het vandaag rustig aan. We hebben een boerencamping op het oog aan de voet van de Col d’Osquich. Dat is maar 69 kilometer van Lescar. Eitje!

Eerst een stempel, dan hebben we dat maar gehad

Bij aankomst in Oloron St. Marie twijfelen we. Eerst koffie, of eerst naar de kathedraal voor een stempel? Eerst een stempel, dan hebben we dat maar gehad. In de kathedraal zit een vriendelijke mevrouw al klaar met haar ‘tampon’. Een fraai exemplaar, dit keer.

De plaatsnamen op de borden worden in twee talen vermeld: in het Frans en in het Baskisch. We zijn in Pays Basque (Frans Baskenland).

De ‘camping à la ferme’ (La Landran) in Garindein ligt volgens het bordje aan een zijweggetje, op één kilometer van de hoofdweg. Dat blijkt in werkelijkheid bijna twee kilometer, steil omhoog. De vriendelijke ontvangst, het comfort en vooral het uitzicht op de Pyreneeën, doen dat snel vergeten. La Landran is op afstand de beste boerencamping waar we ooit hebben gekampeerd.

Dag 19, vrijdag 3 juli: Garindein – Roncesvalles, 66 km

Om 6 uur loopt de wekker af. Buiten is het mistig en nog schemerig. Maar de temperatuur is goed. De Col d’Osquich wacht op ons.

Daar gaan we.

Voor de zekerheid zetten we onze achterlichten aan. De klim valt niet tegen. Vijf kilometer, met af en toe stukjes van 8 à 9%. Als we de col naderen lost de mist op en breekt de zon door. In de dalen blijft de mist hangen. Een prachtig gezicht. Na een café alongé op de top volgt een mooie afdaling. Maar we krijgen nog wel wat kuitenbijtertjes voor de kiezen voordat we St. Jean Pied de Port bereiken.

St. Jean Pied de Port is van oudsher een verzamelplaats voor pelgrims en dat is vandaag de dag nog steeds zo. Alles staat in het teken van de Camino de Santiago. Er zijn ook een paar winkeltjes waar ze alles verkopen wat een pelgrim zoal nodig heeft. Behalve een rotsharing (sardine) die we in Cahors verspeeld hebben.

Een verenigd Europa? Ik ga het niet meer meemaken, denk ik

Na St. Jean Pied de Port begint onmiddellijk de beklimming (20 kilometer) van de Roelandspas. Na een paar kilometer denken we de Spaanse grens te zullen bereiken. Maar in plaats van in Spanje worden we welkom geheten in Navarra. (Een verenigd Europa? Ik ga het niet meer meemaken, denk ik).

De klim is pittig, maar valt niet tegen. De hitte is draaglijk, mede door een stevige tegenwind.

Rond vier uur komen we aan in Roncesvalles, bovenop de pas. Roncesvalles is een groot kloosterconplex waar het krioelt van de pelgrims. Veel jongeren. Er heerst een beetje alternatief sfeertje. Een vrijwilliger van het St. Jacobsgenootschap maakt ons wegwijs. Achter het klooster is een veldje waar we de tent mogen opzetten.

Er zijn twee restaurants, waar je voor €10,00 een pelgrimsmenu kunt krijgen. Inclusief wijn. We schuiven aan bij drie Koreaanse jongelui, een aardige mevrouw uit Australië en een zwijgzame Chinese. Pasta vooraf, een forel met sla en een yoghurtje als dessert. Helemaal niet slecht!

Dag 20, zaterdag 4 juli: Roncesvalles – Estella, 109 km

Als we om zes uur opstaan is het in Roncesvalles al een drukte van belang. Veel wandelaars maken zich op voor de etappe naar Pamplona. Een bord langs de weg geeft aan: Santiago de Compostela 790 kilometer. Ze laten zich er niet door afschrikken. Wij ook niet. Met een flinke vaart zoeven we drommen pelgrims voorbij. Het lijkt de Vierdaagse van Nijmegen wel!

Met steun van de Europese Unie is de gehele camino minutieus bewegwijzerd. Daarbij is niet op een paar centen gekeken. Wie hier een verkeerde afslag neemt is òf blind òf kippig.

Al rond half elf rijden we Pamplona binnen. Op 7 juli beginnen hier de traditionele Sanferminfeesten, waarbij stieren door de smalle straatjes naar de arena worden gejaagd.

Op het Plaza de Castilla is men al druk bezig podia op te bouwen. In een van de straatjes gebeurt iets met metershoge poppen. Geen idee wat dit voorstelt, maar het ziet er gezellig uit en het trekt veel bekijks.

Zo vlot als de route naar Pamplona ging, zo moeizaam gaat het vervolg richting Puenta la Reina, ons geplande einddoel voor vandaag. Eindeloze stukken stijgend vals plat en een hete stormachtige wind tegen. Het schiet niet op. “Als dit zo doorgaat halen we vandaag Puenta la Reina niet”, sombert Bas. Maar na Campanas gaat het beter. Tegen vieren komen we aan in Puenta la Reina.

Krijgsberaad op de middeleeuwse brug. Wat te doen? Hier kamperen of in Estella, 20 kilometer verderop? We fietsen door.

Als er een hel bestaat moet die er ongeveer zo uitzien

In Estella zien we een bordje dat verwijst naar de camping. Eerst maar iets drinken op het terrasje bij de brug; een aardige tent en de kaart ziet er goed uit. Maar helaas, de keuken gaat pas om acht uur open.

Op naar de camping dan maar. Die blijkt veel en veel verder van het dorp te liggen dan verwacht. Een troosteloos fabrieksterrein en onmiddellijk daarachter de camping.

De eerste indruk stemt ons niet vrolijk. En de tweede nog minder. We krijgen een plaatsje toegewezen tussen caravans op vaste standplaatsen, bevolkt door een nogal luidruchtig publiek: trotse ouders van een schare gillende en krijsende kinderen. Als er een hel bestaat moet die er ongeveer zo uitzien.

Terug naar het dorp voor een hapje zien we niet meer zitten. Dan maar een menuutje in het campingrestaurant. Eenvoudig maar smakelijk.

Rond onze tent is het nog één groot pandemonium. Zo kun je natuurlijk niet slapen. Maar dat valt mee. Zodra mijn hoofd het kussen raakt val ik als een blok in slaap.

Dag 21, zondag 5 juli: Estella-Nájera, 82 km

Als we half zeven de tent openritsen zijn onze buren nog volop bezig hun roes uit te slapen. Snel wegwezen hier.

Een mooie etappe volgt. Voor twaalf uur uur is het nog heel prettig fietsweer. Daarna wordt het snel warmer.

Op het Plaza del Mercado permitteren we ons een caña en een patatas bravas

In Logroño, de hoofdstad van de ‘Provincia’ La Rioja, hoeven we niet lang te zoeken naar een stempelpost. Voor de brug over de Ebro is een infopunt voor pelgrims. Zes Nederlanders zijn ons voorgegaan vandaag.

Op het plein voor de kathedraal (Plaza del Mercado) permitteren we ons een caña (biertje van de tap) en een patatas bravas.

Na Logroño fietsen we door de wijnvelden van Rioja. Mooi! Een paar gemene klimmetjes, waaronder enkele van 10% en daar ligt Nájera.

Camping El Ruedo ligt op het terrein van een oude (stierenvechters)arena. We vinden een mooi schaduwrijk plekje. Het is er lekker rustig. Een verademing in vergelijking met gisteren. Om de hoek is een leuk terras. Daar serveren ze smakelijke tapas en drankjes!

Dag 22, maandag 6 juli: Nájera – Burgos, 115 km.

Vandaag wordt het 38 graden. Daarom staan we maar vroeg op. Het is zwaar bewolkt, af en toe voelen we zelfs een minuscuul druppeltje en het is behoorlijk fris. In een barretje waar we de eerste kop koffie van vandaag naar binnen slaan, staat het nieuws aan. We begrijpen dat de Grieken ‘nee (tegen bezuinigingen)’ gestemd hebben.

Tsja…

Verder maar weer, door een prachtig landschap: heuvelachtig, met een mix van graan- en wijnvelden.

Santa Domingo de la Calzada is een aardig plaatsje met een mooie kathedraal, die helaas nog gesloten is. Na Santa Domingo wordt geen wijn meer verbouwd. Uitsluitend graan en hier en daar pepertjes.

De bewolking lost op en direct is het warm. Veel stijgend en gelukkig ook dalend vals plat volgt. Geleidelijk klimmen we via verstilde dorpjes naar een hoogvlakte; een prachtig decor voor een ‘western’.

Omdat er in de verste verte geen schaduwrijk plekje te zien is, ‘lunchen’ we in de volle zon, langs een akker. Boven ons cirkelen zes vale gieren. (Vliegende deuren).

Een paar lastige klimmetjes, en dan opeens is daar, op een hoogte van ruim 1000 meter het prachtige klooster San Juan de Ortega, tevens ‘albergue’ voor caminogangers. Door naar Burgos, waar we aan de rand van de stad een mooie camping vinden.

…… of je misschien een tik van de molen had gehad?

Vandaag precies drie weken geleden fietsten we in Lisse de Grundelstraat uit. Met als doel: in ongeveer vier weken naar St. Jean Pied de Port fietsen. Als je toen tegen ons gezegd had: “Over drie weken zijn jullie in Burgos”, hadden we je beleefd gevraagd of je misschien een tik van de molen had gehad. Maar ondertussen zijn we vandaag wel in Burgos aangekomen en hebben we besloten om door te fietsen naar Santiago de Compostela. Als Jacobus ons gunstig gezind blijft komen we daar over een dag of zes, zeven aan.

Dag 23, dinsdag 7 juli: Burgos – Castrojeriz, 57 km

Een rustdag. Wat houdt dat in? Allereerst: wat later opstaan dan gebruikelijk. Ca. acht uur, vandaag. Op het gemak naar het centrum van Burgos, ontbijten op een mooi terras op de Esplanade en de highlights van Burgos bekijken: het ruiterbeeld van El Cid, (doet mij herinneren aan de eerste – gelijknamige- film in kleur en cinemascope -jawel!-, die ik als 12, 13 jarige zag), de stadspoort, de kathedraal etc. Mooie stad.

Ook dit jaar zijn weer aardig wat stoere jongens op de hoorns genomen

Daarna een klim naar de ‘meseta’, ofwel hoogvlakte. Wat geen ‘vlakte’ blijkt te zijn, maar een heuvelland op hoogte. Met een tegenwind, kracht 4 á 5 is het fietsen hier best pittig. De windmolens op de heuvels maken overuren.

In een barretje zien we beelden van het Sanferminfeest in Pamplona. Ook dit jaar zijn er weer aardig wat stoere jongens op de hoorns genomen. Eigen schuld, dikke bult.

Rond half vier rijden we Castrojeriz binnen. In een ‘albergue’ voor ‘peregrinos’ brengen we eerst met een San Miguel de vochtbalans op peil. Castrojeriz is een mooi klein plaatsje met een camping. Maar het valt nog niet mee om die te vinden. Wat na enig zoeken natuurlijk wel lukt. Met een smakelijk ‘menu del dia’ op Camping Camino sluiten we deze ‘rustdag’ af.

Dag 24, woensdag 8 juli: Castrojeriz – Mansilla de las Mulas, 122 km

Opnieuw staat er op de meseta een stormachtige wind. Maar…. die blijkt te zijn gedraaid. Met volle kracht blaast een noordoosten wind ons richting Santiago. Bovendien is er nu echt sprake van een vlakte, dus dat schiet lekker op. Al voor het middaguur staat de teller op 80 kilometer en zijn we al bijna in Sahagun, waar we een camping op het oog hebben. Nu het zo voorspoedig gaat besluiten we nog een stukje door te fietsen.

Daarnaast natuurlijk ook vrouwen van het type ‘stoere-verpleegster-uit-Dokkum’

Vrijwel de hele dag loopt onze route parallel aan de route voor wandelende ‘peregrinos’. Onder hen opvallend veel jongelui. Twintigers vooral. Daarnaast natuurlijk ook vrouwen van het type ‘stoere-verpleegster-uit-Dokkum’ en kerels die hun meeste scheten wel gelaten hebben. Het “Buen Camino” wat wij pelgrims elkaar toeroepen, is niet van de lucht.

Volgens de gids is er aan het begin van het dorpje Reliegos een eenvoudige camping. Maar in Reliegos zelf weet men van niets. Wel mogen we bij een ‘albergue’ de tent opzetten. In de volle zon, op een schuin aflopend en hobbelig veldje. We bedanken voor het aanbod en vinden een paar kilometer voorbij het dorp een keurige picknick/rustplaats voor ‘peregrinos’ met tafels, banken, een mooi grasveldje en.. stromend water. Een prima plek om wild te kamperen.

Al drie weken rijd ik rond met twee ‘noodmaaltijden’, ingeslagen voor het geval dat er geen restaurant in de buurt is of dat we geen boodschappen hebben kunnen doen. (In Spanje zijn de winkels ’s middags gesloten). Die zakken Tunesische boulghour komen nu goed van pas. “Het smaakt zoals het eruit ziet”, vindt Bas.

Dag 25, donderdag 9 juli: Mansilla de las Mulas- Santa Catalina de Somoza, 99 km

Midden in de nacht worden we wakker van een hevig geklater op de tent. Regen? Uitgesloten. Maar wat dan? We hebben bij aankomst wel hier en daar een sproeikop in het grasveldje zien staan -en uit voorzorg de tent op ruime afstand daarvan opgezet- maar wie houdt er nou rekening mee, dat die in een land als Spanje midden in de nacht automatisch ‘aanslaan’. De tent verplaatsen is geen optie. Dus moeten we lijdzaam toezien, dat het grondzeil, slaapmatjes etc. zeiknat worden. In ieder geval begrijpen we nu, waarom het grasveldje zo mooi groen is.

Nog voor zonsopgang breken we de tent op en zetten we koers richting León. Onderweg een eenvoudig ontbijtje in een pelgrimsbar.

León blijkt een grote en vooral drukke stad. Voordat we het historische centrum bereiken hebben we al aardig wat kilometers door buitenwijken afgelegd. Het Plaza Mayor is indrukwekkend, -waarom kunnen we in Nederland geen mooie pleinen ontwerpen?- en evenzo de kathedraal. Een sfeervol terras, koffie met nog een broodje en deze dag kan niet meer stuk.

Of ligt het aan onze onverwoestbare Santosfietsen dat we dit deel van de etappe zonder schade overleven?

Na León volgt een beetje saai stuk. Rommelig en naast de weg ‘Hollandse’ slootjes. Als na ca 12 kilometer over een grind/keienweg met scherpe stenen en diepe kuilen banden en spaken nog heel zijn, weten we zeker dat Jacobus bezig is ons te bekeren. Of ligt het aan onze onverwoestbare Santosfietsen dat we dit deel van de etappe zonder schade overleven? Ik denk toch het laatste.

Dan wordt de omgeving weer aanzienlijk fraaier. Veel steeneiken langs de weg en mooie vergezichten. We naderen Astorga. Met alweer zo’n mooi Plaza Mayor, een enorme kathedraal en daarnaast een soort paleis -heel herkenbaar- ontworpen door Gaudi.

In Santa Catalina de Somoza, een gehucht op de ‘meseta’, is er volgens de gids naast de ‘albergue’ een veldje waar je je tent mag opzetten. Het veldje blijkt drie keer niks, in tegenstelling tot de ‘albergue’ zelf. Voor €5,00 pp kunnen we er een slaapplaats krijgen en voor €10 een driegangenmenu. Daar hoeven we niet lang over na te denken.

In de verte doemt de bergrug op, waar we morgen overheen moeten.

Dag 26, vrijdag 10 juli: Santa Catalina de Somoza-Trabadelo, 84 km

Met goede herinneringen aan ons verblijf in de ‘albergue’ van Santa Catalina de Somoza fietsen we in alle vroegte het dorpje uit. De zon is net op en beschijnt een van de mooiste landschappen die we tot dusver doorkruist hebben. Heuvels, bloeiende heide, brem, steeneiken en mooie vergezichten. Het is nog lekker koel. Er wacht ons een klim van bijna 20 kilometer. De eerste 10 kilometers gaan nog wel, met klimmetjes van 3 tot 5%.

Na Rabanal wordt het een stuk pittiger met veel stukken van 6 tot 10%. In Foncebadon denken we boven te zijn. Tijd dus voor koffie in de albergue.

Nooit eerder zulke spectaculaire kilometers afgelegd!

Na een korte afdaling begint weer een klim. En niet zo’n geringe: 12%. Gelukkig niet zo lang. Dan zijn we echt boven. Veel wandelende peregrinos laten zich vereeuwigen voor het ijzeren kruis, dat het hoogste punt markeert. Sommigen laten ook een meegebrachte steen achter met een boodschap daarop.

Via borden in verschillende talen worden we gewaarschuwd voor een extreem steile (12%) en lange (15 km) afdaling. Terecht! Nooit eerder zulke spectaculaire kilometers afgelegd. Zelfs niet in de Alpen.

Het wordt nu snel warmer; 34 graden wijst een thermometer aan. Ook steekt er weer een krachtige (tegen)wind op.

In Ponferrada bekijken we een goed geconserveerd middeleeuws kasteel en fietsen we langs de kathedraal voor een stempel. Het oude centrum beschikt, zoals zo veel Spaanse steden, over een paar sfeervolle pleinen en pleintjes. Dat geldt ook voor Villafranca. Daar passeren we een bord met Santiago de Compostela: 200 km. Het einddoel komt nu echt dichterbij!

Elf kilometer voorbij Villafranca vinden we een aardige camping in een mooi dal. Een leuk, enthousiast meisje probeert ons in haar beste Engels welkom te heten en wegwijs te maken.

Gaan we zelf koken, of kiezen we voor het viergangenmenu in het restaurant à €12,50 pp inclusief wijn? Drie keer raden!

Dag 27, zaterdag 11 juli: Trabadelo-Portomarin, 92 km

Een herhaling van gisteren. Dus meteen al na de start een lange klim van 23 kilometer.

Het is onbewolkt, maar: fris. Zeg maar gewoon koud. Dus: windstoppertje en fietsjack aan. In z’n vier, soms drie omhoog.

Scheldend (“Fuck, Fuck”) en tierend (“shit, shit”) werkt ze zich omhoog

Bas heeft wat meer moeite met klimmen dan ik. Op hellingen ga ik daarom meestal in eigen tempo vooruit. Daar hoor ik een fietser achter mij aankomen. Bas? Nee, een dikkerdje, dat mij kontjeraggend inhaalt. Het blijkt de koploopster te zijn van een groepje van vier Engelse meiden, van wie er één duidelijk meer moeite heeft met klimmen dan de ander. Scheldend (“Fuck, Fuck”) en tierend (“shit, shit”) werkt ze zich omhoog. Nu eens vormen wij de kopgroep, dan weer zij. Een mooi stel.

Eenmaal op hoogte fietsen we over een bergrug, heuveltje op heuveltje af, naar een prachtig dorpje. Daar kruist de fietsroute de wandelroute. Bij de ‘albergues’ in het mooie dorpje Pedrafita do Cebreiro is het een gezellige drukte. Koffie- en stempelmoment. Een fijne afdaling volgt; goed voor de gemiddelde snelheid, want die lag tot op dit moment op slechts 10 kilometer per uur. Anders dan de afgelopen dagen blijft de temperatuur aangenaam. Rond de 25 graden.

De rest van de etappe kent vele klimmetjes van een paar kilometer en dito afdalingen. Alles bij elkaar best pittig.

Rond vier uur komen we aan in Portomarin, aan de voet van een helling van dertien kilometer. We besluiten die morgen te beklimmen en een slaapplaats te boeken in de Albergue Municipal. We delen een slaapzaal voor acht personen met een Braziliaanse kunstenaar, een Spaanse schone en een Nederlands koppel. In de gezellige ‘hoofdstraat’ van Portomarin, spoelen we een ‘menu del dia’ weg met een paar biertjes en een flesje wijn. Via Cheaptickets boeken we een voor een schappelijk prijsje een rechtstreekse vlucht van Santiago naar Schiphol op dinsdag 14 juli. We zijn klaar voor de laatste etappe. Santiago ligt op ruim 100 kilometer hiervandaan…

Dag 28, zondag 12 juli: Portomarin – Santiago de Compostela, 106 km

Er staat ons een zware dag te wachten. Denken we. Het hoogteprofiel van de laatste 100 kilometer ziet er namelijk heftig uit.

In de ‘albergue’ is het rond vijf uur al rumoerig. Veel wandelaars vertrekken namelijk bij voorkeur vroeg. Als ook wij de ‘albergue’ achter ons laten is het nog donker. Eerst maar een ontbijtje in de ‘hoofdstraat’. En dan snel op de pedalen voor de eerste klim van dertien kilometer. Vergeleken bij wat ons nog te wachten staat valt het mee. (Achteraf).

Een mooi gedeelte over smalle bergweggetjes volgt. Dan komt er een stuk over een vrij drukke N-weg. Als we daar een bord zien staan dat aangeeft: ‘Santiago 36 km.’ is de verleiding groot de N-weg te blijven volgen. Volgens de routebeschrijving hebben we namelijk nog ruim 60 kilometer te gaan. We doen het niet en volgen toch de route ‘weg van de snelweg’; wat inhoudt: rustige, smalle weggetjes door een prachtig heuvellandschap: akkertjes, weilanden en stukjes bos met dennen- en eucalyptusbomen. Maar ook: extreem steile klimmetjes. Die maken dit gedeelte behoorlijk pittig.

Maar in onze fantasie klinkt tromgeroffel, getrompetter en hoorngeschal. Het einddoel is bereikt!

Rond vier uur passeren we dan toch het (onopvallende) kombord: Santiago. We hadden ons eerlijk gezegd een glorieuzere binnenkomst voorgesteld. Maar in onze fantasie klinkt tromgeroffel, getrompetter en hoorngeschal. Het einddoel is bereikt!

Via een grauwe buitenwijk naderen we het historische centrum. Steile straatjes brengen ons bij de kathedraal. Na wat zoeken vinden we ook het kantoor waar we het ‘laatste’ stempel kunnen scoren. Een grote groep pelgrims is ons voor. Een belletje geeft aan, wanneer je naar binnen mag. Eén voor één svp. Als een lange lijst vragen is afgewerkt, wordt het laatste stempel gezet en ontvangen we, namens de bisschop van Santiago, het ‘compostelaat’: een officieel bewijs dat je de ‘camino’ hebt volbracht.

Zo, dat is gebeurd. Dan een fotomomentje bij de kathedraal en daarna op naar het hotel waar we onderweg een kamer gereserveerd hebben. Leve TomTom!

Na de douche gaan we op zoek naar een leuk tapasrestaurant. Dat valt nog niet mee. Het lijkt wel of tapasbars plaatsgemaakt hebben voor hamburger-, döner- en pizzatenten. Uiteindelijk vinden we een authentieke gelegenheid.

Met tapas, paëlla, bier en wijn vieren we onze aankomst in Santiago de Compostela.

Dag 29, maandag 13 juli: Santiago de Compostela

Een ‘vrije’ dag in Santiago. Hoe zullen we die invullen? Eerst maar eens ruim de tijd nemen voor een ontbijt in een van de vele barretjes. En vervolgens op het gemak de oude binnenstad bekijken. Vanzelfsprekend nemen we ook een kijkje in de kathedraal. Het is er al erg druk met pelgrims. Er staan veel biechtstoelen, waar je in veel verschillende talen je zonden kunt opbiechten. Van deze mogelijkheid wordt verontrustend veel gebruik gemaakt.

Een non neemt plaats achter een microfoon en begint zanginstructies te geven. Ze heeft een prachtige, zuivere stem en blijkt een goede zangpedagoge. Weldra valt een groot deel van het kerkvolk bij, alsook het orgel.

Klinkt mooi allemaal. Dan begint het echte werk. Een stoet van priesters in rode mantels neemt plaats achter het altaar. Een van hen neemt het voortouw en begint de verzamelde pelgrims toe te spreken. We verstaan er niets van, maar we begrijpen dat hij de pelgrims uit vele landen (o.a ook Hollanda) de hemel inprijst.

Naast ons plotseling vier bekende gezichten: onze Engelse vriendinnen met wie we een paar dagen geleden een stukje opgefietst hebben. De verrassing is wederzijds.

Als een sloopkogel wordt het rokende vat door de kerk gejaagd

Na deze inleiding wordt het uur daarna gevuld met stichtelijke woorden, gezang (de non geeft een paar prachtige solo’s ten beste), zitten, opstaan (drie á vier keer) etc. Om ons heen veel geēmotioneerde mensen. En ik moet het toegeven: ook ik moet af en toe een brokje wegslikken.

De mis (volgens Bas, voormalig misdienaar, dus hij kan het weten) een hóógmis, wordt afgesloten met een spectaculair onderdeel. Een wierookvat wordt plechtig neergelaten. Een groep monniken (priesters?) in bruine jurken treedt naar voren. Een ervan heeft een pan gloeiende kolen bij zich en steekt de fik in het wierookvat. Een andere monnik geeft het wierookvat een flinke opzwieper en zijn collega’s trekken tegelijkertijd het vat omhoog. Als een sloopkogel wordt het rokende vat door de kerk gejaagd. Wel vijf minuten slingert het vat vervaarlijk door de kerk om een mistgordijn van wierook achter te laten. Echt even naar het filmpje hiervan kijken:

En dan is de voorstelling afgelopen en staan we een paar minuten later een beetje beteuterd weer in de felle zon.

In het stadsdeel achter de kerk ontdekken we veel authentieke tapasrestaurantjes. In een ervan bestellen we wat ‘croquettes’ en een ‘tortilla’ Gisteravond zaten we dus duidelijk in het verkeerde gedeelte.

In het hotel staat de vertegenwoordiger van Soetens Fietstransport al op ons te wachten. Soetens gaat ervoor zorgen, dat onze fietsen binnen 14 dagen worden thuisbezorgd. Waarschijnlijk eerder, want er staan al minstens 50 fietsen klaar voor transport naar Nederland. Morgen al gaat er een vrachtwagen die kant op.

Nog één formaliteit te vervullen (online inchecken voor onze rechtstreekse vlucht van Santiago naar Amsterdam, morgenmiddag) dan kunnen we de stad in voor een drankje en een hapje.

Op de email ik van Cheaptickets ontvangen heb staat, dat we moeten inchecken via de website van Vueling. De opgegeven code wordt echter niet herkend. Morgen moeten we het nog maar eens proberen.

Dag 30, dinsdag 14 juli: Santiago de Compostela – Heveadorp / Lisse

Zodra ik wakker word probeer ik nogmaals in te checken voor onze vlucht van vanmiddag. Weer wordt de code niet herkend. Wat een gedoe. Als ik Cheaptickets bel, legt een aardige mevrouw uit dat we moeten inchecken op de website van Iberia, met een heel andere code. Amazing!

De website van Iberia kent maar één taal: Spaans. Handig, als je die taal niet spreekt… Met hulp van de receptionist van het hotel lukt het om in te checken en zelfs om de instapkaarten te printen.

We vliegen pas om half vijf, dus we hebben nog royaal de tijd om de stad in te gaan.

Vanaf een mooi terras observeren we de pelgrims, die de stad binnenstrompelen. Het ‘menu del dia’ smaakt er niet minder door.

Als ook de laatste koffers van de band zijn gehaald, staat Bas nog steeds met lege handen

Keurig op het geplande tijdstip (18:45 uur) komen we aan op Schiphol. Als we in de bagagehal aankomen, worden de eerste koffers al van de band geplukt. Ook mijn bagage (een nylon hoes, waarin mijn fietstassen zijn verpakt) komt er al snel aan. Maar die van Bas laat op zich wachten. Als ook de laatste koffers van de band zijn gehaald, staat Bas nog steeds met lege handen. Na een reis waarin alles vlekkeloos is verlopen, is dit toch wel een enorme domper. Ook ons afscheid verloopt anders dan we ons hadden voorgesteld. Bas moet wat formulieren gaan invullen en ik een trein halen. Het is even niet anders.

In de trein plaats ik het volgende statusberich aan onze volgers op Facebook:

“Hartelijk dank voor jullie stimulerende reacties op mijn verslagen van ons fietsavontuur. Het was leuk om te lezen dat jullie die blijkbaar de moeite waard vonden. Ze hebben mij zeker aangemoedigd er een lezenswaardig verhaal van te maken. De fietsreis was een geweldige ervaring. Wij hebben genoten van elk moment: het weer zat mee (één dag regen op vier weken) geen oponthoud vanwege materiaalpech en geen andere ongemakken. St. Jacob was ons gunstig gezind!”

Advertenties