Fietsen naar Andalusië

Dag 3, 24 april

Igualada – Montblanc

68,5 km. 1082 hoogtemeters

Op de drukke Rambla van Igualada liepen gisteravond veel mensen met een rode roos. Aan een Spaanse schone, die er wat snuggerder uitzag dan gemiddeld, toch maar eens gevraagd wat dat te betekenen heeft.

Ons vermoeden bleek onjuist: het heeft niets te maken met het onafhankelijkheidsstreven van de Catalanen. Het is een soort Valentijnsritueel. Op 23 april geef je iemand die je aardig of lief vindt, of allebei, een rode roos. Zo simpel is dat.

Wanneer we in alle vroegte het drukke Igualada uitfietsen is het nog behoorlijk fris. Voordat we de stad uit zijn, hebben we ons dagelijkse portie fijnstof al te pakken. Nou ja, er zijn ergere dingen. Het smelten van de poolkappen bijvoorbeeld, of de nieuwe single van Bløf.

We volgen de nieuwe, alternatieve route naar Montblanc. En die is prachtig.

Akkers en wijnvelden wisselen elkaar af, in de bermen staan alle planten en struiken in bloei en vogels zingen en kwetteren dat het een lieve lust is.

Na 25 km volgt een klim die steiler en langer is dan ons lief is. Eenmaal boven blijkt dat aan de andere kant van de col sprake is van een totaal ander landschap. Hier alleen ruige bergen en dichte bossen. Ook mooi.

Aan het eind van een mooie afdaling volgt nog een klimmetje naar Cabra. Terwijl Bas in dit dorp een stokbroodje scoort voor de lunch ga ik naar het tegenover de ‘panedaria’ (bakkerij) liggende kruidenierswinkeltje voor wat fruit. Voor mij is een ouwe tang die nogal wat noten op haar zang heeft. Laat ze eerst 20 plakken ham van een bepaalde dikte snijden, besluit ze dat ze toch wat dikkere plakken wil. De winkelbediende blijft kalm, maar ze mag van geluk spreken, dat juist op het moment dat ik in blinde woede om mij heen wil gaan meppen, een tweede winkelbediende verschijnt, die mij de gelegenheid geeft even snel af te rekenen.

Even buiten Cabra vinden we, in een boomgaard en aan de rand van een wijnveld, een mooi plekje voor een lunch.

We besluiten te gaan kamperen in Montblanc. Volgens het boekje een mooi middeleeuws stadje. En dat blijkt te kloppen.

Snel de tent opgezet en dan op naar het Plaza Mayor voor een paar ‘bruine pretpalen’. Daarna: de gebruikelijke inkopen voor ons campingmaal: pasta met saus en worst. Ja, zo’n hotel lijkt wel leuk (en luxe) maar er gaat toch niets boven kamperen! Met een variant op Nescio’s befaamde openingszin: ‘Jongens zijn we ….. maar aardige jongens’.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s